Uit de zon, in de wind

Grootmoeders internetwijsheid 10

Soms ga ik een uurtje “mensen kijken” op Facebook. Even op een onschuldige manier mijn nieuwsgierigheid naar andere mensen bevredigen. Niets bijzonders, even kijken wie er wat op wiens prikbord schrijft. Dat soort dingen. Bij voorkeur bij wildvreemden.

Maar met alle privacyschandalen die Facebook heeft doorgemaakt, lijkt het alsof steeds meer Facebookprofielen vrijwel helemaal dicht staan. Voor mijn nieuwsgierigheid is dat natuurlijk jammer, maar verder is het een goede ontwikkeling: je hebt het recht je informatie af te schermen als jij dat wil. En klaarblijkelijk weten steeds meer mensen de juiste knopjes te vinden.

Probleem bij Facebook is alleen, dat afgeschermde informatie soms alsnog bij adverteerders terecht komt. En hoe dan ook wordt afgeschermde informatie gebruikt voor het bepalen van al die variabelen over jou die worden voorgeschoteld aan adverterende bedrijven. Waarbij één van die variabelen bij een afgeschermd profiel dan vast wordt: “is privacybewust”. Maar of dat je doel was bij het aanpassen van je instellingen?

Daarom grootmoeders internetwijsheid nummer 10:

 De enige echt goed afgeschermde privé-gegevens zijn de gegevens die niet ergens op een profiel of in een database staan.

Want anders kan het zomaar zijn dat je je scherm de verkeerde kant op hebt staan: kunnen onschuldige, nieuwsgierige mensen zoals ik niets meer zien, maar hebben de grote infograaiers nog steeds een vrije blik op jouw privéleven. En dat is vast niet de bedoeling.

 

Lezen wat je wil lezen: de social media hype

Zojuist las ik op de Volkskrant-opiniesite een bijdrage van Geert-Jan Bogaerts over hoe het internet ons socialer maakt. Ik ben normaal al een beetje allergisch voor zie-je-wel-hoe-goed-social-media-zijn-artikelen, maar Bogaerts maakt het wel heel bont.

Zijn stelling: “Het internet maakt ons socialer. Critici, zoals de Koningin, die meenden dat sociale media zou leiden tot verarming van onze onderlinge contacten, hebben ongelijk gekregen.” Want er is Amerikaans onderzoek dat aangeeft dat gebruikers van internet een groter sociaal netwerk hebben dan niet-internetgebruikers. Dat vroeg om lezing van het hele onderzoek. En toen bleek dat de journalist nogal vrij met de resultaten om was gesprongen.

Wat me stoort in het artikel, is dat de schrijver conclusies trekt die het onderzoek niet trekt, en ook niet kan trekken. Want er is alleen correlatie onderzocht, geen oorzaak en gevolg. Desondanks noemt Bogaerts dit onderzoek “bewijs” dat alle mensen die waarschuwen voor eventuele negatieve gevolgen van social media ongelijk hebben. En dat op basis van verkeerde citering van het onderzoek.

Even wat vergelijking tussen het artikel en het onderzoek:

Bogaerts: “Volgens de onderzoekers van Pew houden gebruikers van online sociale netwerken er relatief een meer divers netwerk op na dan mensen die niet online zijn. Ze hebben vrienden van meer sociale klassen en standen, meer religieuze variaties, meer seksuele oriëntaties dan de mensen die hun vrienden vooral in hun eigen fysieke omgeving zoeken.”

Pew: “We measured the diversity of people’s social networks in terms of the variety of people they know from different social positions (this is a broad measure of diversity, not specifically a measure diversity in terms of people’s contacts with those from other racial or ethnic groups, or their political perspectives.)”

“Once we control for demographic factors, most types of technology use are not related to having either a larger or smaller number of overall social ties.”

“(…) we find no relationship between the use SNS and the diversity of people’s overall social networks – use is not associated with a more or less diverse network.” (…) “Education is the best predictor of a diverse social network.”

Bogaerts: “Als je lid bent van een sociaal netwerk, is de kans juist groter dat je er ook een open geest op nahoudt en bereid bent om afwijkende meningen op hun merites te onderzoeken.”

Pew: “There is no evidence that SNS users, including those who use Facebook, are any more likely than others to cocoon themselves in social networks of like-minded and similar people, as some have feared.”

“Facebook, LinkedIn and Twitter users are no more or less able to consider alternative points. However, here is a negative, but significant relationship between the use of SNS services other than MySpace, Facebook, LinkedIn and Twitter and perspective taking. Someone who averages 6 monthly visits to an alternative SNS platform averages about one half point lower on the perspective-taking scale.”

En dan als klap op de vuurpijl de conclusie van Bogaerts: “Van die negatieve effecten blijkt dus helemaal niets. Integendeel, het internet in het algemeen en de sociale netwerken in het bijzonder blijken een bijdrage te leveren aan een opener, transparanter samenleving. We praten meer met elkaar, hebben meer en meer diverse contacten, en staan opener voor andere standpunten.”

Gezien het voorgaande een erg boude bewering.  Na lezing van het onderzoek is mijn conclusie: internet (en dan in het bijzonder sociale netwerken) trekt een specifiek type mens, dat anders is dan de niet-internetgebruiker. En dat zie je in de resultaten van het onderzoek terug.

Kortom: Bogaerts heeft de essentie van het onderzoek niet overgenomen (noch de feitelijke resultaten), maar in plaats daarvan een tendentieus, veel te positief stuk geschreven. Een journalist onwaardig. Maar goed, waarschijnlijk staat het artikel niet voor niets op de opiniepagina.

Edit: ik lees net dat Geert-Jan Bogaerts internetjournaliteit doceert aan de Universiteit Groningen. Oei.

Lek, lekker?

Een tijdje geleden reageerde ik op een column ergens op een website. Dat doe ik wel vaker en vrijwel altijd wordt er gevraagd naar een e-mailadres en het adres van je website. Achter het hokje voor je e-mailadres staat dan vaak een “invullen verplicht” sterretje, met daarbij dat je e-mailadres niet gepubliceerd wordt. Een website invullen is facultatief. Prima. Hier stonden dezelfde hokjes, dus gedachteloos vul ik mijn gegevens in.

Het artikeltje stelde kortweg (in mijn woorden) dat krampachtigheid bij organisaties over de omgang met social media achterhaald is. Tijd voor een nieuwe werkelijkheid en meer vrijheid, op basis van professionaliteit en gezond verstand.

Mijn reactie had als strekking dat vaak het gezonde verstand mensen niet in de problemen brengt op social mediasites, maar het gebrek aan (technische) kennis en alertheid op hoe die sites werken. Dit zorgt regelmatig voor onbedoeld lekken van persoonlijke informatie. Informatie op of aan foto’s, een korte opmerking tussendoor die veel meer over jou vertelt dan je denkt, meldingen waar je woont en dat je niet thuis bent: het gebeurt mensen dagelijks. Maar het belangrijkste risico is het koppelen van informatie.

Zie de nieuwste streek van Facebook, waarbij automatische gezichtsherkenning je feilloos identificeert op elke foto die iemand op Facebook zet. Standaard staat de optie aan, uitzetten moet handmatig. Zo kan het dat Facebook eerder weet dat je homobars bezoekt dan je familie en vrienden. En dit is pas het begin, denk ik persoonlijk.

Conclusie van mijn reactie: zorg voor voldoende kennis bij mensen, zodat ze zich kunnen wapenen tegen deze toekomst. Denk niet dat gezond verstand de oplossing biedt, de werkelijkheid is veel technischer dan dat. Klik – plaats reactie.

Natuurlijk lees ik mijn reactie voor de zekerheid nog even na. En wat schetst mijn verbazing? Mijn e-mailadres is gewoon te zien! En dat terwijl ik behoorlijk zuinig ben op mijn belangrijke e-mailadressen. Oh, ironie. Mij was precies overkomen wat ik in de reactie aangeef als risico. Waarom had ik niet eerst bij een andere column gekeken, waar al wél reacties waren geplaatst? Waarom had ik niet goed gekeken of er wel een verplichtingssterretje bij het e-mailvakje stond? Ik had onbedoeld mijn persoonlijke informatie gelekt. Stom, stom, stom.

Maar er was meer. Na wat nader onderzoek bleek de site zo lek als een mandje. De ip-adressen en gebruikte browsers van mensen die gereageerd hadden, waren zonder veel moeite te vinden. Ai! Want met een ip-adres, een naam, een browser en een e-mailadres is het hacken van iemands pc een stuk makkelijker geworden.

Lang verhaal kort: e-mail gestuurd naar de webmaster, nog een keer gemaild en nog maar eens een mail gestuurd. En nu is mijn reactie er eindelijk af. Jammer van de tijd en moeite. Maar een wijze les geleerd. Zelfs als je wel alert bent, kun je alsnog per ongeluk persoonlijke gegevens lekken. Achteraf ingrijpen is dan het enige dat rest. Of een nieuw e-mailadres nemen, een andere browser gebruiken en van internetprovider wisselen natuurlijk. Maar dat kun je niet elke keer doen.

Opstandig op Facebook

Stel, je bent jong en je woont in een land dat zucht en steunt onder een repressief regime. Je hebt geen baan, geen eigen huis, weinig geld, maar wel internettoegang. En accounts bij Facebook en Twitter.

Vervolgens breken her en der in de regio waar je woont protesten uit tegen de machthebbers. Jij wil ook graag betere vooruitzichten, dus je sluit je aan. Op je Facebookpagina geef je door waar er demonstraties zijn en hoe je arrestaties kunt voorkomen, via Twitter hou je mensen op de hoogte waar je bent en hoe de demonstraties verlopen. Je voelt je onderdeel van de geschiedenis en bent optimistisch over de toekomst.

Het regime sluit als reactie daarop het internet af, maar de protesten gaan door. Je vindt omwegen om toch je berichten de wereld in te sturen.

Maar dan doet de machthebber wat toezeggingen over toekomstig aftreden en grijpt het leger in. Met geweld worden de opstand onderdrukt. Je teleurstelling en woede zijn grenzeloos. En bovenop je wanhoop staat binnen een week de geheime dienst bij je op de stoep. Je had wel een e-mail gekregen van Twitter dat je gegevens zijn opgevraagd, maar daar zou je tegen in bezwaar gaan. Helaas was Facebook minder idealistisch. Privacy bestaat toch niet?

En zo eindig je, idealistisch als je was, in de cel wegens opstand tegen het regime. Je hebt gebruik gemaakt van de verkeerde kanalen. Sociale media zijn handig, maar misschien niet voor gebruik bij een opstand tegen een dictatuur.

Edit maart 2011: Ook Amnesty waarschuwt voor de gevaren van het gebruik van sociale media bij opstand.

Informatie-incontinentie

Grootmoeders internetwijsheid 4

Naar aanleiding van deze serie kreeg ik een reactie via Twitter over de verschillende doelen van sociale mediasites:

Twitter: ik moet plassen. Facebook: ik heb geplast. Foursquare: hier plas ik. Youtube: bekijk deze plas! LinkedIn: ik kan heel goed plassen.

Deze moet natuurlijk wel wat veralgemeniseerd worden voor het dienst mag doen als grootmoeders wijsheid. En nu twijfel ik wat ik ervan ga maken. Ach, kies zelf maar.

Optie 1: Als je last hebt van informatie-incontinentie, dan kun je op internet overal je plas doen. Maar het is slim om je plas zo af en toe op te houden, want op de meeste informatie zit niemand te wachten (behalve misschien identiteitsdieven).

Optie 2: Als je last hebt van informatie-incontinentie, dan kun je op internet overal je plas doen. Heerlijk toch? Geniet ervan!

Ik ben benieuwd hoe over een paar jaar de vlag erbij hangt. Over een paar jaar iedereen alle persoonlijke informatie online? Of juist veel minder dan nu?